Home Evenementen Wedstrijden De grote terugblik op de Mars- en Showwedstrijden tijdens het WMC 2013;...

De grote terugblik op de Mars- en Showwedstrijden tijdens het WMC 2013; inclusief reflectie en analyses

328
0

Drie weekenden lang was het goed toeven in Kerkrade. Het WMC vond plaats onder geweldige weersomstandigheden. Natuurlijk, er waren dagen bij dat het warm was, maar er waren ook verwachtingen dat de laatste 2 dagen met regen en onweer te maken zouden krijgen. De grapjes over de komst van dit weer en Adest waren niet van de lucht. Maar gelukkig, ook het laatste weekend vond plaats onder mooie weersomstandigheden.

De organisatie was goed, voorzitter Reg van Loo heeft er met zijn vrijwilligers voor gezorgd dat alles in goede banen liep, dit in tegenstelling tot mars- en mars parade korpsen die nogal eens de baan uit vlogen. Aan de belijning kan het niet gelegen hebben, want 1 opmerking van ook onze kant maakte dat Reg zijn lijntrekkers aan het werk zette. Ook zijn de faciliteiten in en rondom het stadion verbeterd. Zo waren er voor de begeleiders van de deelnemers herkenbare hesjes en duidelijke afspraken over wie wel of niet mee naar binnen mocht. Buiten waren er voldoende faciliteiten voor de inwendige mens en ruimte voor merchandising.

Wat nog ontbreekt buiten het stadion is een ontmoetingsplek voor de korpsen. Daar is na het WMC in 2009 al over gesproken, maar de tent die we nog kennen van Kaalheide zou eigenlijk weer uit de kast gehaald moeten worden. “Meet the world” kan voor korpsleden vooral daar gerealiseerd worden. Ook bij wat mindere weersomstandigheden, die er nu niet waren, kan zo’n tent een prima plek zijn om te schuilen en je om te kleden. Hierdoor hoeven er dan ook geen uitzonderingen gemaakt te worden voor korpsen die faciliteiten in het stadion geboden kregen.

De vrijwilligers waren goed geïnstrueerd, waren vriendelijk en konden flexibel met de omstandigheden omgaan. De lijnrechters, onder leiding van juryvoorzitter Henk Smit, moesten even op stoom komen. We hebben ze daarbij ook even een duwtje in de goede richting gegeven, zodat er geen vervelende ongelijkheid ontstond, zoals de eerste dagen wel het geval was. Een goede organisatie, die bereid is te luisteren en iets te doen met opmerkingen ter verbetering.

Complimenten voor Reg van Loo en zijn team. Voor hen zit het er ook op, 4 jaar lang, of even niet, gewoon even ademhalen, evalueren en dan op korte termijn weer aan de slag met een nog beter WMC in 2017.

Wel willen we nog even terugblikken op een aantal inhoudelijke punten, die we zijn tegengekomen tijdens drie weken bivakkeren in het stadion. De verslaggevers en fotografen van Korpsmuziek hebben geen enkel optreden gemist en we waren in de gelukkige omstandigheid dat we de organisatie en de wedstrijd van heel dichtbij mee hebben mogen maken. In deze flinke analyse, u mag er gerust een aantal dagen over doen, pikken we er een paar van die aspecten uit.

De jury: Ze werkten hard, maar is er ruimte voor verbetering?

Hard werken was het voor de jury, zes dagen lang, verspreid over drie weken, waarbij je dan ook nog moet kunnen vergelijken met je eerste beoordelingen en de laatste. Fysiek is er veel arbeid verzet. Mentaal ook, dat kan niet anders, want voor het eerst werden appels en peren vergeleken in een nieuw beoordelingssysteem. Iets wat volgens velen onmogelijk is en wat in deze editie toch geprobeerd is. En dat is gewaagd, vooral als we weten hoe via sociale media tegenwoordig elk commentaar geleverd kan worden. Ook is tijdens de persconferentie toegegeven dat de jury op gang moest komen, de tweede dag verliep al beter dan de eerste dag.

Een training van juryleden aan de hand van YouTube filmpjes vinden we niet de beste aanpak, wat laat je zien, wat geef je de juryleden mee m.b.t. het vertoonde, de korpsen die je laat zien, en kun je daarmee onbewust beïnvloeden? IJken vooraf met live orkesten, die geen deelnemer zijn, lijkt ons de beste oplossing en hiermee voorkom je dat er straks geen korps meer is, die zich op de eerste dag inschrijft. Als KM team hebben we dit kritisch gevolgd en zijn we van mening dat de huidige werkwijze en het OWS een aanpak en systeem kan zijn wat zeker werkt. Maar toch zijn er volgens ons verbeteringen mogelijk, zodat het een systeem wordt waarin niet alleen de jury drie weken lang zo optimaal haar ding kan doen, maar waarin ook korpsen zich op juiste waarde geschat voelen. Het moet tenslotte ook hun systeem worden.

Tijdens de laatste persconferentie heeft juryvoorzitter Henk Smit toegezegd dat er een evaluatie komt. Hij noemde in dit verband een evaluatie met de juryleden en met de WMC organisatie. KM blijft echter benadrukken dat we vinden dat er ook vertegenwoordigers vanuit de muziekorganisaties en deelnemers bij betrokken moeten worden. We blijven dit volgen en hopen de resultaten hiervan ook aan jullie te kunnen melden. Verder hebben we ook nog een aantal gesproken jurycommentaren beluisterd. Hierin zijn nogal wat verschillen, veel of weinig zeggen, met diepgang of oppervlakkig en soms geen techniekbeheersing, geen opname, gewiste tekst, verkeerd gebruik pauze knop. Dat is jammer, en mag niet voorkomen tijdens een wedstrijd op dit niveau. Oefening baart kunst, maar we hebben nog wat tijd tot 2017.

Wat verder opvalt, is dat de Nederlandse inbreng in de WMC jury beperkt is tot Edwin Beens en Ruud Böhmer als juryleden en Henk Smit en Paul Doop als voorzitter en assistent voorzitter. Tijdens het ODSC in Assen hebben ook een aantal juryleden met dit systeem gewerkt en ook een 3 tal Nederlandse juryleden hebben via dit systeem beoordeeld tijdens het WBC in Italië. Dat zijn er niet veel, dus wil je dit OWS in Nederland definitief invoeren dan zullen de juryleden die nu nog op de officiële jurylijst staan hier ook op voorbereid moeten worden, waarbij de grote diversiteit van inzetmogelijkheden, gebaseerd op corpsstyle en showbandstijl, losgelaten moet worden. Zo kan tijdens wedstrijden in Nederland dit systeem toepast worden en kunnen organisatoren jury’s samenstellen uit een breder aanbod van juryleden dan nu. Hiermee kan dan ook voorkomen worden dat er discussies ontstaan over betrokkenheid van juryleden bij korpsen of showontwerpen.

OP de WMC site staat dat het WMC deze opleiding op zich zal nemen. Hoe dat gaat gebeuren, en wie hier aan deel kunnen nemen, we zijn benieuwd.

Het Open World Systeem, OWS: Brons? Zilver? Of toch goud?

Zoals al gezegd, er is toegezegd dat er een evaluatie komt. Hoewel de juryvoorzitter blijft benadrukken dat beoordelen en waarderen puur subjectief is en dat je wedstrijden onderling niet kunt vergelijken, blijven we als KM team van mening dat de korpsen er baat bij hebben dat het een systeem wordt waarin een bepaalde mate van vergelijk mogelijk is, zodat je op basis van resultaten vooraf je kunt voorbereiden op de volgende wedstrijd. En als het systeem tijdens het ODSC in Assen de 80 punten grens als degradatiegrens hanteert dan mag je verwachten dat de “zilverbeleving` in Kerkrade niet een positieve imput krijgt. We hebben er al over geschreven om het systeem een evenwichtiger punten verdeling te geven, zodat brons, zilver en goud een zelfde spanbreedte (10 punten) krijgen en er nog 5 punten over blijven voor het excellente, de onderscheiding. Volgens ons hebben we dan een brons, zilver en goud beleving die meer past bij de deelnemers beleving.

Als we het voor buitenstaanders doen dan moet de Olympische structuur ingevoerd worden, geen divisies, gewoon ranking en brons, zilver en goud voor de eerste drie. We hebben het zien gebeuren dat een korps, het NFPC, in de krant van goud naar zilver ging, toen DOS de koppositie van de Dokkumers over nam. Ook zie je regionale krantjes de prestaties beschrijven van korpsen alsof ze als zilverwinnaars de tweede plek van het WMC bezetten. ’t Is maar wat we willen, maar beide aanpassingen komen volgens ons dichter bij een passend systeem.

Dan nog de subjectieve beoordeling, ook dat blijft de juryvoorzitter herhalen. WAT en HOE zijn belangrijk geworden in de beoordeling en hierin nog een onderverdeling in HOREN en ZIEN. We kunnen ons voorstellen dat het waarderen van WAT een korps doet, subjectief wordt beoordeeld, maar als we denken aan HOE het wat wordt uitgevoerd dan moet er volgens ons ook sprake zijn van objectieve meetpunten. Anders kun je het boxensysteem wel laten vallen. Als er puur subjectief beoordeeld wordt dan kunnen de boxen ons niet veel meer vertellen dan dit was mooi, dit was nog mooier en dit was super mooi. Iets wat we ook terug gehoord hebben in sommige tapes van de juryleden, die door ons zijn beluisterd.

Een dergelijk boxensysteem, daar hebben we niets aan en zo is het ook niet opgezet. Het moet een meetlat blijven, waarin je terug kunt vinden hoe je gepresteerd hebt en waarop je je kunt verbeteren. Techniek bijvoorbeeld moet een objectieve beoordeling krijgen. En dat geldt ook voor moeilijkheidsgraad van muziek en bewegingsvaardigheid, ook nog in relatie tot elkaar.

Ook vernieuwend zijn in dat wat je doet moet meer een plek krijgen in de beoordeling. Nu zagen we mooie, nieuwe technieken in mars wedstrijden, die wij in ieder geval niet terug konden vinden in de beoordeling. En we zagen korpsen hun kunstjes van jaren terug herhalen, zowel muzikaal als show technisch, niets vernieuwends en daarmee toch hoog scorend, dit in tegenstelling tot korpsen die wel hun nek durven uit te steken. Was in het systeem dat tijdens het vorige WMC werd gebruikt dit wel een onderwerp, vernieuwing, innoveren, we hebben het nu gemist.

Verder is het de vraag over colorguards voldoende worden meegenomen in de beoordeling. Ze worden namelijk totaal niet genoemd in het manual. We hebben de jury gevraagd op welke manier ze de guard meenemen in hun beoordeling. Luister vooral ook de audio-opname van de persconferentie terug. De guard kan een duidelijke meerwaarde zijn voor een show, maar het is niet verplicht om er één te hebben. Wellicht is er een mogelijkheid om de guard te benoemen in het manual, zodat iedereen weet in welk caption ze worden meegenomen en dat er voor juryleden meer duidelijkheid ontstaat waar ze op moeten letten. Dan hoef je er niet eens een speciale caption voor in het leven te roepen.

Wat de juryvoorzitter ook zegt, we blijven van mening dat het systeem beide in zich moet hebben, een subjectieve beoordeling en een objectieve beoordeling. Alleen dan krijg je als korps de handvatten om door te ontwikkelen en ben je niet overgeleverd aan willekeur.

Analyse van de recaps

Showwedstrijden, World Division

Als je de recaps goed bekijkt, vooral ook naar de ranglijsten per jury-onderdeel, dan zie je dat er weinig lijn zit in de scores per caption. Eigenlijk alleen de winnaar scoort op elk afzonderlijk onderdeel in de absolute top. Allereerst: volgens Edwin Beens heeft de winnaar van het WMC de meest uitgebalanceerde show. Alle losse aspecten waren het meest met elkaar in balans. Dat komt ook wel overeen met de recaps. Zo is Surasakmontree gemiddeld eerste op de muziekonderdelen en de visuele onderdelen. Op de Effect-captions scoren ze een vijfde en derde plek.

Bij Suranari zijn de verschillen al groter. Zij waren heer en meester op Overall Effect, werden 5e op Music Ensemble en 8e en 3e op Music Performance 1 en 2. Bijzonder is het verschil tussen de visuele juryleden. Edwin Beens (Visual Ensemble, bovenin stadion) zet ze op 1 en George Oliviero (Visual Performance, op het veld) geeft ze een 10e plaats. Dat dit niet hoeft te betekenen dat er iets niet klopt, blijkt uit de uitleg van Oliviero (luister fragment persconferentie). Wel moet gezegd worden dat het verschil tussen die beide juryleden behoorlijk groot is, ook al kijken ze voor een groot deel naar andere aspecten.

Er zijn wat dit betreft nog meer grote verschillen. Pattaya scoort met een 11e plaats op Music Ensemble en een 9e plaats op Visual Ensemble uit de toon. K&G heeft alleen op Visual Ensemble (9e) een uitschieter. Adest Musica noteert een 2e (mus ens), 3e (mus perf 1), 9e (mus perf 2), 11e (vis ens), 2e (vis perf) en 12e plek en 10e plek (beiden effect). Ook hier een groot verschil tussen de visuele juryleden bovenin het stadion en beneden op het veld. DVS Katwijk scoort 4e tot en met 10e plaatsen en blinkt uit op Music Performance (4e) en Music Ensemble (6e). Het scoreverloop van Pasveer is deels grillig met een 12e (mus ens), 18e (mus perf 1) en 5e (mus perf 2) plek. Op alle andere onderdelen werden de keurig 7e en laat dat ook hun eindrangschikking zijn. Nishihara moet werken aan Music Ensemble (15e) en Effect (13e).

Nog een deelnemer: Jubal blonk uit op effect met een 6e en 4e plek. Maar op Visual Performance, een vanuit traditie sterk onderdeel bij Jubal, scoren ze een 13e plek met ook een groot verschil ten opzichte van de topkorpsen boven hun. Ditzelfde is ook van toepassing op Visual Ensemble (13e). Op Music Ensemble scoren ze prima (8e) en het verschil tussen Music Performance 1 en 2 (respect 13e en 5e) is verklaarbaar door de kracht van Jubal’s drumline en front ensemble.

Tot slot nog een paar uitschieters op de onderlinge onderdelen. We noemen de 17e plaats van Advendo Sneek op Music Ensemble en hun 16e positie op Music Performance 1. Maar ook hun 18e plaats op Visual Ensemble ten opzichte van de 6e plaats op Visual Performance laat een groot verschil zien. Floraband moest het vooral van hun muziek hebben. Op Music Ensemble scoorden ze 4e, Ruud Böhmer (mus perf 1) zette ze op de 6e plaats en alle andere juryleden hadden ze op plek 12 tot en met 16. Als laatste bekijken we de recaps van het Kamper Trompetterkorps. In feite was hun prestatie enorm in balans, op hun niveau. Ze scoren een 14e (mus ens), 11e (mus perf 1), 14e (mus perf 2), 12e (vis ens), 14e (vis perf) en 10e plek en 9e plek (beiden effect).

De conclusie is dus dat er per korps grote verschillen zijn op de onderdelen. Er zijn korpsen die aan de slag moeten met hun muzikale of juist visuele uitvoering. Andere korpsen scoren op alle onderdelen ongeveer eenzelfde plaats en zullen in de breedte stappen moeten gaan zetten. Maar er zitten ook zeker wel een paar klasseringen bij die bij het betreffende korps vragen oproepen. Zo oordeelden de visuele juryleden dat het ‘wat’ van Jubal op een lager niveau lag dan veel andere korpsen in de top.

Ook kun je afvragen in welk opzicht de juryleden Music Performance bij de beoordeling van het ‘Wat’ kijken naar het onderdeel waar hun focus op ligt. Geeft de Thai Thipayametrakul echt alleen punten voor het slagwerk of neemt hij het ‘wat’ van de brass ook mee? Daarin zou meer duidelijkheid kunnen worden verschaft, ook in het manual wordt alleen gesproken over ‘extra focus op’. En in welk licht moet je dan de score van de Thai van Jubal (93.00) afzetten tegen die van K&G (94.25). Is deze score beter te verklaren als inderdaad de brass in het ‘wat’ wordt meegenomen?

Deze analyse toont in ieder geval wel aan dat het meest stabiele en gebalanceerde showproduct ook inderdaad heeft gewonnen. Voor de rest is werk aan de winkel en op welk onderdeel extra moet worden gerepeteerd is voor elk korps weer anders.

Gemiddelden per jurylid

Hieronder ziet u een kort staatje van de gemiddelde score die de juryleden hebben gegeven in de World Division, showwedstrijden. Daarbij geven we aan dat alle showkorpsen gemiddeld in deze divisie een score hebben behaald van 87,12 punten. Het WMC is van hoog niveau geweest, daar waar al eens is aangegeven dat 85 punten – en dus goud) zou moeten gelden voor een gemiddeld showkorps.

Uit onze analyse blijkt dat er vooral hoog is gescoord op de muzikale onderdelen en iets minder op visueel en effect.

88,01 – Gary George (Music Ensemble)
89,25 – Ruud Böhmer (Music Performance, focus Brass)
88,57 – Kasem Thipayametrakul (Music Performance, focus Percussion)
86,57 – Edwin Beens (Visual Ensemble)
86,20 – George Oliviero (Visual Performance)
86,48 – Gordon Henderson (Overall Effect, focus visual)
86,54 – Giff Howarth (Overall Effect, focus music)
87,12 – gemiddelde als showkorpsen, zonder penalties

Tenslotte nog een aantal captionawards. Korpsmuziek heeft gekeken welke korpsen op welk onderdeel het hoogst scoren. De ranglijst is als volgt:

Best Music – Surasakmontree Brass Band School (Thailand)
Best Music Ensemble – Surasakmontree Brass Band School (Thailand)
Best Music Performance, focus Brass – K&G Leiden
Best Music Performance, focus Percussion – Surasakmontree Brass Band School (Thailand)
Best Visual Ensemble – Suranari Marching Band (Thailand)
Beste Visual Performance – Surasakmontree Brass Band School (Thailand)
Best Overall Effect – Suranari Marching Band (Thailand)
Best Effect, focus Visual – Suranari Marching Band (Thailand)
Best Effect, focus Music – Suranari Marching Band (Thailand)
Highest Score – Jong Advendo Sneek (Music Performance 1, Repertoire: 97.00 punten op zowel show als marsparade in First Division)

Marswedstrijden, World Division

De focus van Korpsmuziek ligt in de analyses vooral op de showwedstrijden. Overigens hebben we in de liveverslaggeving nét zoveel aandacht gegeven aan de Marswedstrijden, juist omdat hier de opdracht (loop een verplicht parcours en speel muziek) veel duidelijker is dan bij de Showwedstrijden (zie in 11 minuten maar wat je doet). Er is daardoor ook meer mogelijkheid om het optreden objectief te beoordelen op uitvoering en moeilijkheidsgraad. Het volgen van een marsoptreden is interessant, juist omdat je meer de kans hebt om het optreden op detailniveau te volgen.

Eerder al hebben we geschreven dat er een aantal marsoptredens zijn geweest die zeer gewaagd waren. Met Grossen Linden en Wilhelmina Sleeuwijk noemen we twee korpsen die een uitdagend parcours liepen en risico’s niet schuwden.  Zo waren er overigens nog meer, maar deze zijn blijven hangen bij het KM-team. Dat genomen risico zien we in in ieder geval niet terug in de effectscores. Grossen Linden wordt daarop 18e (focus visueel) en 16e en Sleeuwijk eindigde als 16e (focus visueel) en 12e. Het visuele effectjurylid zette K&G op 1, Floraband op 2 en DVS op 3.

In de top-4 zitten geen uitschieters. Geen van de korpsen scoort op een afzonderlijk onderdeel lager dan een 9e plek. Rijnmondband, 5e in de eindrangschikking, blonk uit op effect (4e), maar leverde in op Music Performance 2 (13e) en Visual Ensemble (12e). Exempel Empel deed het op dat laatste onderdeel ook wat minder (16e), terwijl hun Visual Performance werd beloond met een 4e plek.

Een groter contrast dan bij Gouden medaillewinnaar Oberlichtenau (14e in totaal) zien we nergens terug. Op Music Ensemble worden ze 30e, op Music Performance 1 en 2 worden ze 39e en 26e. Visual Performance is met een 21e plek ook niet al te best, maar de zwakke scores worden volledig gecompenseerd met een vierde plaats op Visual Ensemble en een 7e en 10e plaats op Effect.

Gemiddeld worden alle optredens in de marswedstrijden beloond met een score van 86,47 en dat is zonder penalties. Iets lager dus dan bij de show.

Gelijke deler zou zorgen voor andere ranglijst: K&G op podium

In het One World System worden de scores van de juryleden Music Performance gedeeld. De heren Böhmer en Thipayametrakul vertegenwoordigen samen een zesde deel van de eindscore. Alle andere juryleden hebben afzonderlijk met hun caption nét zo’n groot aandeel. Dit is op zich een duidelijke keuze, maar toch hebben we een kleine analyse gemaakt van wat er was gebeurt als elk onderdeel even zwaar telde en Böhmer en Thipayametrakul (Music Perf. 1 en 2) beide een zevende deel van de eindscore kregen. De gevolgen waren dan groot!

Zo was K&G Leiden in de eindrangschikking derde geworden en hadden ze nipt Pattaya City Drum & Bugle Corps verslagen. Ook Nishihara was gestegen naar de zevende plaats, ten koste van het Pasveerkorps. Ook de Floraband zou dan stijgen, terwijl Advendo met het huidige systeem boven de Rijnsburgers staat. Tenslotte zou de Rijnmondband geen plekje stijgen, maar wel met een gouden medaille mét onderscheiding (90.25 punten) naar huis zijn gegaan.

Maar elk voordeel, heeft z’n nadeel. Zo zou Floraband dan wel een plekje stijgen op de show, maar op de mars daalden ze met deze telling naar de derde plek ten faveure van Adest Musica. De Rijnmondband zou ingehaald  orden door Exempel Empel.

We willen absoluut niet stellen dat het systeem moet worden veranderd, want het doel is altijd geweest om een evenwichtige verdeling te krijgen tussen muziek, visueel en effect. En met dit systeem is er ook dat evenwicht, want alle drie de onderdelen hebben een aandeel van een derde in de totaalscore. Wel kun je je afvragen of het niet verstandiger is om voor Music Performance één iemand aan te wijzen met een brede scope over slagwerk en brass. Net zoals het geval is bij Music Ensemble. Dan heeft diegene ook een volledige stem in plaats van maar een halve.

De korpsen: Nederland versus de Thai
Het was in deze editie van het WMC vooral een competitie tussen de Thaise en Nederlandse bands. Natuurlijk waren er ook vertegenwoordigers uit andere landen, zoals Denemarken, Duitsland, Oostenrijk, Engeland, Ierland, Spanje en Mexico. Kleurrijk, gevarieerd, met en zonder niveau. Soms niet te beoordelen op basis van de huidige opvattingen over wat show maken is. Maar je kunt ze niet missen in Kerkrade, het moet een World Music Contest blijven, de Olympiade voor de orkesten uit de gehele wereld. We hebben gepleit voor een speciale divisie, waarin juist “exhibition” van cultuur belangrijk is, zodat deze korpsen niet ondersneeuwen onder het showgeweld van Thaise en Nederlandse bands.

Verder is het jammer dat landen er niet waren, de VS, Canada, Noorwegen, en korpsen uit Oost-Europese en Afrikaanse landen. Natuurlijk zal de financiële crisis een rol gespeeld hebben, hopelijk staan we er over 4 jaar beter voor.

Dan nog het niveau, het zou mooi zij dat in deelnemende landen gezocht wordt naar de topvertegenwoordigers. Thailand kwam met hun top 5, dat was volgens ons niet het geval met betrekking tot Ierland, Engeland, Duitsland en andere landen. Dit weer in tegenstelling tot Oostenrijk, hun deelnemer is ongetwijfeld top in eigen land.

Om het WMC echt weer een Olympiade te laten zijn, dan is een bredere deelname uit de wereld noodzakelijk. Of daarmee het vierde weekend weer terug moet, of een geringere inbreng van Nederlandse korpsen, geen idee. Iets om over na te denken voor de volgende editie.

Publiek: Vooral supporterspubliek tijdens eerste weekenden

Wat ons opviel was dat het publiek voor een groot gedeelte bestond uit supporterspubliek. Dat is jammer, want de eerste twee weekenden zijn daardoor de tribunes minder bezet en ja, op de laatste dag is iedereen er om de ontknoping mee te maken, dus volle bak.

Misschien is spreiding van toppers over de verschillende dagen en eventueel finals met plaatsing een optie. In ieder geval moet een aantrekkelijke programmering buitenstaanders verleiden om meer dagen in het Parkstad Stadion door te brengen. Supporters publiek zorgt ook voor sfeer, vooral als het eigen korps optreedt. Wat we jammer genoeg ook zagen is dat het zich dan wel vooral beperkt tot het eigen korps, en dat er bij concurrenten soms niet of zonder respect gereageerd wordt. Dat is jammer, enige beleefdheid voor de prestatie van de ander is toch wat je voor elkaar over moet hebben. Daarom is een gevarieerder publiek, dus ook een publiek dat niet direct binding heeft met een korps, maar gewoon liefhebbers, zo belangrijk voor de sfeer in het stadion. We denken dat de WMC organisatie er goed aan doet om hier over na te denken en wij denken dat programmering hierin een grote rol speelt.

Veel publiek zal ook een voorwaarde zijn om een volgende editie weer mogelijk te maken. Tijdens de laatste persconferentie noemde Reg van Loo dit WMC een onbetaalbaar evenement. Hopelijk bedoelde hij daar niet mee dat het in de toekomst niet meer te betalen is.

We weten wel zeker dat hij dit niet bedoelde, in het tweede weekend was het al de mening van de juryvoorzitter, en nu ook van hem,” the best WMC ever”

Korpsmuziek.nl

Natuurlijk moeten we ook even naar ons zelf kijken. Het was een hele klus, waarbij vooral ook de inzet van Cor Vosseberg, de oprichter van KM, genoemd moet worden. Cor staat niet altijd op de voorgrond, maar achter de schermen had de zaken goed voor elkaar. Technisch klopt het allemaal, goede faciliteiten, een goede samenwerking met de WMC organisatie en veel ruimte om te werken binnen deze organisatie. Cor, teamleider, zelf zul je het nooit zeggen, daarom doen wij het maar: “Je hebt het ontzettend goed gedaan! Zonder jou geen Korpsmuziek!”.

Dan ons teamwerk, verslaglegging live, foto’s live, persconferenties, (video) interviews, gesproken commentaar, alles zo veel mogelijk live. Dat brengt risico’s met zich mee, zowel technisch als inhoudelijk. Ook wij moesten even op stoom komen, al hoe wel we van te voren wel wisten dat we een wedstrijd gingen verslaan. We hebben geprobeerd kritisch en positief de optredens, het nieuwe OWS en verder het hele gebeuren te volgen. We wilden ook dat de mensen die niet aanwezig konden zijn “live” het mee konden maken. Alle foto’s zijn niet live geplaatst, 100 gigabyte, dat vraagt nog enige verwerking, maar uiteindelijk kan iedereen de foto’s van zijn of haar korps binnenkort zien.

We hebben heel veel positieve reacties gehad op ons werk, en er waren ook een paar kritische opmerkingen. Als er teleurstelling was over de beoordeling, en als dan ook nog in het KM verslag een vinger werd gelegd op tekortkomingen, terwijl de deelnemers juist hun prestatie als topprestatie zagen en met emotie hun intensieve voorbereiding op deze wedstrijd afsloten, tja, dan wil je graag wat anders lezen. We hebben in het tweede weekend niet ons beleid in schrijven aangepast, wel hebben een gesproken commentaar toegevoegd, waarin we vooral de positieve zaken noemden.

Het was hard werken voor het hele team, maar het was mooi om te doen en we kijken dan ook tevreden terug op de onderlinge samenwerking en onze inbreng in dit WMC.

KM WMC team 2013