BTW tarief voor dirigenten: "Gedeeltelijke duidelijkheid is gecreëerd"

De afgelopen twee weken hebben wij, VGK Accountants B.V., het nieuwe BTW-Besluit, welke staatsecretaris Wiebes heeft uitgebracht bestudeerd en intern besproken. Ons valt in dit besluit twee onderwerpen op. Het onderscheid tussen een vaste en een gastdirigent is nu komen te vervallen. Dit is zondermeer een wens van velen geweest om daar duidelijkheid te krijgen. Die duidelijkheid is er nu. Zowel de vaste als de gastdirigent zal hetzelfde behandeld gaan worden. Hiermee is de discussie over wat nu eigenlijk een vaste of gastdirigent is ook komen te vervallen.

De door velen verwachte en gehoopte duidelijkheid op de verwerking van de uitspraak van de Rechtbank Haarlem in dit besluit, is naar onze mening teleurstellend opgelost. Staatsecretaris Wiebes heeft er duidelijk voor gekozen om slechts via een voetnoot te verwijzen naar de bewuste uitspraak. Daarmee wordt de aanwezige onduidelijkheid, naar onze mening niet opgelost. De verantwoordelijkheid om zelf te bewijzen of een repetitie de hoofddienst (het publiekelijke optreden) met het lage omzetbelastingtarief gaat volgen, blijft volledig bij de dirigent liggen.

De uitspraak is in een periode gedaan dat er geen onderscheid was tussen de tarieven (lees: alles was toen 19%/ 21%). Dit is volgens onze mening dan ook waarom de staatsecretaris destijds geen hoger beroep meer heeft ingesteld. Er was voor hem namelijk geen financieel belang meer aanwezig om door te gaan. Met de wijziging van de tarieven op 1 juli 2012 is dit belang voor de staatsecretaris weer aanwezig. Het is wachten op een belastingcontrole met een meningsverschil over de toepassing van het verlaagde tarief bij repetities, die in een gerechtelijke procedure beslecht moet worden.

Het lastige is ook dat de toezeggingen in een vraag- en antwoordbesluit slechts een mening van de staatsecretaris is en formeel geen rechtsgrond heeft. De stelling die daar genomen wordt over bijvoorbeeld een vastlegging van een verklaring van de vereniging, kan door een belastinginspecteur genegeerd worden. Wellicht dat in een rechterlijke procedure, op grond van vertrouwensbeginsel, alleen de verklaring als afdoende bewijsmiddel wordt aangemerkt.

Door de summiere verwerking van de uitspraak van de Rechtbank Haarlem in het besluit, blijft onze mening dat de belastingplichtige zelf (u dus) moet kunnen aantonen dat repetities nauw samenhangen met optredens die door het publiek worden beluisterd of aanschouwd. En door dit bewijs te leveren het verlaagde BTW tarief voor uitvoerende kunstenaars toegepast mag worden voor alleen die repetities.

Feitelijk wordt gezegd dat het publiekelijke optreden de hoofddienst is en de repetities de hoofddienst volgen in het BTW tarief.

Gezien het individuele financiële belang, de posities van de opdrachtgever (o.a. verenigingen) en bij een foute facturatie of onvolledig bewijsmiddel het risico bij de dirigent ligt, blijven wij van mening dat, bij twijfel het sterk de voorkeur geniet om uw persoonlijke situatie aan de betreffende belastinginspecteur voor te leggen.

Zo komt u achteraf bij een belastingcontrole niet voor verrassingen te staan.

Bron: VGK Accountants B.V.